Eerst een kijkje in de rijke historie van onze vereniging. Hoe het allemaal begon.
Uit de kas van het toenmalige parochiële zangkoor St.Cecilia, werd geld beschikbaar gesteld om de fanfare op te richten met dezelfde naam.Zo geschiedde op 22 november1895, op het feest van St.Cecilia.
Mondjesmaat werden instrumenten aangeschaft voor leden, die vanaf 14 jaar lid mochten worden.
De fanfare kende een streng reglement. Zo kreeg je een boete van 10 cent als je afwezig was op de repetitie (ziekte uitgezonderd).
10 minuten te laat komen of te vroeg vertrekken kostte je 5 cent, evenals roken op de repetitie of in de pauze.
Voor de repetitie je instrument al bespelen kostte 5 cent, en doorblazen nadat het stuk was uitgespeeld gaf een boete van 10 cent.
De Pastoor speelde een belangrijke rol, bestuurlijk en financieel.
Een verzoek aan de gemeente om subsidie werd afgewezen: “Den hoogst ongunstige financiëlen toestand laat niet toe eenige subsidie te verlenen en de vereeniging kan niet geacht worden als zijnde van algemeen belang dat dit gezelschap bestaat”. Met 5 stemmen tegen 1 werd het verzoek afgewezen.
Met de vereniging ging het steeds beter.
In 1898 werd deelgenomen aan een muziekactiviteit met de omliggende dorpen. Voor vervoer werd 2 gulden betaald voor het lenen van paard en rijtuig.
In 1899 kwam er een vaandel, dat in Brussel gemaakt werd.
In 1905 waren er 27 leden. Er werd via een sollicitatie een directeur/dirigent aangenomen, met een proeftijd van 1 maand, daarna verlengd tot 1 jaar.
In de winter waren er 2 repetities per week, in de zomer 1.
Het salaris van de dirigent was 100 gulden per jaar, aangevuld met 5 gulden per optreden.
Na een moeilijke tijd, waarin de fanfare in elkaar zakte, wisten de pastoor en de deken een doorstart te bewerkstelligen.
In 1920 deelname aan concours in Oud Gastel.
Er werd weer gespeeld: in 1923 bij het zilveren priesterjubileum van de pastoor en het zilveren ambtsjubileum van de burgemeester.
In 1930 deelname aan muziekfestival met Wouw,Ossendrecht,Tilburg, Zegge en Bergen op Zoom.
Ook werd er inmiddels subsidie verleend door de gemeente.
In de Tweede Wereldoorlog werd de vereniging een “slapende”, na weigering om tot de Kultuurkamer toe te treden.Dit was een door Duitsland opgerichte organisatie voor kunstenaars. Geen lid worden betekende wel dat je niet meer actief mocht zijn.
Veel instrumenten werden onbespeelbaar door het oorlogsgeweld.Het Bernardfonds schonk 1000 gulden zodat een doorstart in 1947 mogelijk was.Het eerste optreden was bij de verwelkoming van burgemeester van Agtmaal. De vereniging uit Ossendrecht verleende hierbij ondersteuning.
Door de opheffing van een harmonie in Nispen kon St.Cecilia “nieuwe” instrumenten aanschaffen.
In de zestiger jaren werd er geld ingezameld door balpenverkoop, donateurscollecte huis aan huis en een vlaamse kermis. Naast de subsidie kon de vereniging hierdoor het hoofd boven water houden.In de jaren hierna volgde een ontwikkeling tot de harmonie die we nu kennen:
In 1963 lidmaatschap van de bond van Harmonieën
In 1969 eerste rode, uniform
In 1971 kwamen houtblazers bij St Cecilia, waardoor het een harmonie werd.
In 1973 werd de vereniging koninklijk erkend, publicatie op 30 mei in de Staatscourant.
In 1975 is het 80 jarig jubileum gevierd met 6 gastgezelschappen.
In 1980 waren er 11 optredens.
In 1982 kwam er een nieuw vaandel, waren er 40 leden en 4 leerlingen.
In 1988 is er gestart met oud papier ophalen, 6 ct. per kilo.
In 1989 deelgenomen aan solistenconcours
In 2005 is als tak van de vereniging Slagwerkgroep St. Cecilia opgericht, later met de naam Hit-it. De groep bestaat niet meer, evenals het leerlingenorkest. Leerlingen uit dehele gemeente repeteren nu maandelijks samen.
In de volgende jaren werd er steeds meer gespeeld. De vereniging was en is nog steeds een vaste gast bij de dorpsactiviteiten. Denk aan feesten en herdenkingen. Ook vinden er uitwisselingsconcerten plaats.
De”Oostenrijkse Muzikanten”, opgericht door een aantal orkestleden in 1995, is sinds 2004 een zelfstandige kapel en heet sindsdien de Alpenländer Blaaskapel.
